Calvariegroepen: een vroegmiddeleeuws verschijnsel
Voor het ontstaan van Calvariegroepen tegen de kerk, en dan meestal links van de toren, moeten we ver in de geschiedenis teruggaan. In de loop van de 14e eeuw kwam vooral in de Lage Landen een vroomheid op die behoefte had aan tekens, symbolen, maar ook aan voorwerpen en afbeeldingen. De mensen wilden de heilige gebeurtenissen en plaatsen, maar ook de heilige personen concreet kunnen zien en niet alleen in hun verbeelding er een voorstelling van kunnen maken. Voor de meeste gelovigen was een bedevaart naar Jeruzalem niet haalbaar, zoals de hertog van Kleef in 1450 maakte met een uitgebreide hofhouding waaronder ook de drost in de Liemers, Johan van de Loo. Om de gelovigen de gelegenheid te bieden de kruisweg van Christus zelf na te volgen, legde men in vele plaatsen een kruisweg aan, afgesloten met een Calvarieberg. Bekend waren de kruiswegen o.a. te Emmerik, Nijmegen en Wezel. Deze lagen geheel buiten de stadsmuren en men hield zelfs de afstanden tussen de verschillende staties zoals in Jeruzalem aan. Het eindpunt, de Kruisigingsgroep, lag - net als Golgotha bij Jeruzalem -niet in de stad maar voor een van de stadspoorten. In veel kleinere plaatsen beperkte men zich tot het plaatsen van een Kruisigingsgroep bij de kerk of bracht men - zoals te Groessen - hem aan tegen de kerkmuur. Helaas heeft pastoor Jacob Vallick in zijn Kerckenboeck tho Groessen geen aanwijzing achtergelaten dat er al rond 1550 een dergelijke kruisigingsgroep aan de kerk hing.
Iconografische betekenis
Onder het kruis staan rechts Maria en links Johannes. Moeder Maria was aanwezig bij de kruisdood van Christus op het ogenblik dat zelfs Petrus zijn meester verloochende. Zij was de enige die het geloof in haar zoon bewaarde. Maria is daarmee het zinnebeeld van de Kerk. Johannes, de favoriete leerling van Christus, symboliseert doorgaans de Synagoge. De afbeelding van Christus aan het kruis heeft in de loop der tijden eveneens een grote verandering ondergaan. De oudst bewaard gebleven afbeeldingen tonen Christus aan het kruis met een lange lendendoek, soms zelfs gekleed met een mantel, en met een kroon op het hoofd. Hij wordt dan voorgesteld als de overwinnaar van de zonde en de dood, verheven boven alle lijden en pijn. In de 13e eeuw wijzigde dat beeld echter sterk onder invloed van veranderende theologische opvattingen. Sindsdien wordt Christus dood of stervend afgebeeld met een ingezakt lichaam. Bovendien worden de voeten over elkaar gekruist en met één spijker aan het kruis vastgemaakt. Opvallend is dat het nieuwe houten beeld van Theet Derksen op dit laatste punt weer terug lijkt te keren naar de vroegste afbeeldingen van de triomferende Christus, de overwinnaar van de dood.
Wim van Heugten 17 oktober 2007